|
De wettelijke grondslagen of gerechtelijke fundamenten van de invordering van schulden De theorie van het mandaat« Een mandaat is een akte waarmee een persoon aan een andere persoon de bevoegdheid geeft om uit zijn naam te handelen. » (art. 1984 Burgerlijk Wetboek). Als u aan een incassobureau vraagt om een uitstaand bedrag in te vorderen, is er sprake van een mandaat. In casu mandateert (vraagt) de schuldeiser, aan wie het bedrag verschuldigd is, het incassobureau (Cabinet d'Ormane) om de schuldenaar te vervolgen en de bedragen in zijn naam in te vorderen. De wet van 1991 "houdende de hervorming van de burgerrechtelijke uitvoeringsprocedures"Deze wet van 1991 bepaalt de hervorming van de burgerrechtelijke uitvoeringsprocedures of samenvattend de manier waarop de gerechtsdeurwaarders de vonnissen laten uitvoeren. Vooral artikel 32 is belangrijk omdat het rechtstreeks naar Incassobureaus en hun klanten verwijst. Loi 91-650 du 9 juillet 1991 Art 32 : Alinéa 1 : Les frais de l'exécution forcée sont à la charge du débiteur, sauf s'il est manifeste qu'ils n'étaient pas nécessaires au moment où ils ont été exposés. Alinéa 2 : Les contestations sont tranchées par le juge de l'exécution. Alinéa 3 : Sauf s'ils concernent un acte dont l'accomplissement est prescrit par la loi, les frais de recouvrement entrepris sans titre exécutoire restent à la charge du créancier. Toute stipulation contraire est réputée non écrite. Alinéa 4 : Cependant, le créancier qui justifie du caractère nécessaire des démarches entreprises pour recouvrer sa créance peut demander au juge de l'exécution de laisser tout ou partie des frais ainsi exposés à la charge du débiteur de mauvaise foi. Alinéa 5 : L'activité des personnes physiques ou morales non soumises à un statut professionnel qui, d'une manière habituelle ou occasionnelle, même à titre accessoire, procèdent au recouvrement amiable des créances pour le compte d'autrui, fait l'objet d'une réglementation fixée par décret en Conseil d'Etat. In alinea 3 van art. 32 wordt vermeld dat in geval van een invordering zonder uitvoerbare titel (zonder vonnis) de schuldeiser de invorderingskosten moet betalen en niet de schuldenaar. Uit dit artikel volgt rechtstreeks dat het incassobureau haar honoraria moet aanrekenen aan de schuldeiser (haar klant) en niet aan de schuldenaar Het decreet 96-1112 van 18 december 1996 dat de reglementaire bepalingen voor "de activiteiten van personen belast met de minnelijke invordering van schulden voor andermans rekening" vastlegtDit decreet, [lees de volledige tekst hier], reglementeert de activiteit van de "minnelijke invordering" voor andere personen dan advocaten, deurwaarders enz.. De belangrijkste punten uit dit decreet zijn: de verplichting om een verzekering "burgerlijke aansprakelijkheid" af te sluiten, een aparte bankrekening te openen voor de geïnde bedragen van het cliënteel, schriftelijke overeenkomsten op te stellen met het cliënteel, evenals het opnemen van bepaalde vermeldingen op aanmaningen die naar schuldenaars worden gestuurd. Conclusie: we kunnen dus vaststellen dat de invordering van schulden voor andermans rekening een welomlijnde activiteit is die bovendien juridisch is gebaseerd op meerdere teksten die elkaar aanvullen. Het betreft een commerciële activiteit en geen juridische activiteit. Deze omkadering is evenwel soepel genoeg om de concurrentie de mogelijkheid te bieden zich te onderscheiden van de verschillende collega's op de markt waarvan het Cabinet d'Ormane er een van de meest efficiënte en betrouwbare is. |
| startpagina | wettelijke vermeldingen | | | site index | | | woordenlijst | | | links | | | partners | | | downloads | | | credits |









